verpletteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plet·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘te pletter drukken’ voor het eerst aangetroffen in 1588 [1]
  • afgeleid van pletten met het voorvoegsel ver- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verpletteren
verpletterde
verpletterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verpletteren

  1. overgankelijk vernietigend platslaan
    • "Wij zullen Maleisië verpletteren!" kondigde Soekarno aan. 
    • Als verpletterd staarden alle inwoners van Perspektivum naar de Groenoor die de brief had voorgelezen.[3] 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen