kip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
kip

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kip kippen
verkleinwoord kippetje
kipje
kippetjes
kipjes

Zelfstandig naamwoord

kip v

  1. (vogels) Gallus gallus op Wikispecies, (vrouwelijke) gedomesticeerde vogel uit de familie van de hoenderachtigen [5]
  2. (voeding) kippenvlees
  3. (scheldwoord) politieagent [6]
  4. munteenheid van Laos, Laotiaanse kip (code LAK volgens ISO 4217) [7]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Als de vos de passie spreekt, boer pas op je kippen (ganzen).
pas op voor slijmballen, ze willen altijd wat van je; als een bedrieger vrome dingen zegt moet je extra voorzichtig met deze persoon zijn
  • Als een kip zonder kop
zonder beraad, onbesuisd
  • De kip met gouden eieren slachten
Een iets met veel rendement wegdoen
  • Er als de kippen bij zijn
er snel bij zijn
  • Het ei wil wijzer zijn dan de kip.
het kind denkt het beter te weten dan de ouder
  • Met de kippen op stok gaan
vroeg naar bed gaan
  • kip, ik heb je! [8]
Vertalingen
Vertalingen

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl
  5. (vogel) etymologiebank.nl
  6. (politieagent) etymologiebank.nl
  7. (munteenheid) etymologiebank.nl
  8. (kip, ik heb je!) etymologiebank.nl

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
kippen

kip

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kippen
    • Ik kip. 
  2. gebiedende wijs van kippen
    • Kip! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kippen
    • Kip je?