kippenlever

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

4. Een viertal kippenlevers.
Uitspraak
Woordafbreking
  • kip·pen·le·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kippenlever kippenlevers
verkleinwoord kippenlevertje kippenlevertjes

Zelfstandig naamwoord

kippenlever v / m

  1. (anatomie), (voeding) orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een hoen, na het slachten vaak gegeten als delicatesse
     100 g kippenlever bevat de dagelijkse hoeveelheid ijzer en een grote hoeveelheid foliumzuur, die verantwoordelijk is voor de bloedvorming.[1]
     Maar kippenhartjes zijn in Nederland voor de poes, en kippenlever – ook een soort slachtafval – wordt vooral door oude mensen gegeten. Een vergissing, want er is maar weinig dat zo mals en zo zacht is als gebakken kippenlevertjes met ui, afgeblust met een scheutje cognac of marsala, op een geroosterd broodje.[2]
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 12 september 2021 Weblink bron “Kiplever”, foodofdream.com
  2. Bronlink geraadpleegd op 13 september 2021 Weblink bron Martine Kamsma “Het wildseizoen is tegenwoordig never ending” (26 november 2018) op nrc.nl