ongericht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·richt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongericht ongerichter ongerichtst
verbogen ongerichte ongerichtere ongerichtste
partitief ongerichts ongerichters -

Bijvoeglijk naamwoord

ongericht [1]

  1. zonder duidelijk doel of richting
    • PvdA-Kamerlid Henk Nijboer vroeg de minister om het fiscaal onaantrekkelijk te maken om in panden te beleggen. Daar wil Ollongren niets van weten. "Niet iedere belegger of investeerder is een huisjesmelker", aldus de minister. "Fiscale maatregelen zijn ongericht."[2] 
    • "De diensten mogen ongericht informatie uit de lucht halen en dat doen ze, maar nu gaat alle informatie via de kabel. Om smartphones en wifi-hotspots af te tappen is een moderne wet nodig."[3] 
    • Veel mensen weten amper waar deze wet over gaat. Vorige week meldde de NOS dat veertig procent van de Nederlanders niet weet dat de nieuwe wet regelt dat inlichtingendiensten op grotere schaal, ongericht, mogen aftappen.[4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen