kipsalade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kipsalade
Uitspraak
Woordafbreking
  • kip·sa·la·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kipsalade kipsalades
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kipsalade v/m

  1. een salade met kip
    • Omdat ik geen varkensvlees eet nam ik een broodje met kipsalade. 
    • Samen met dertig scholieren zat Rosiri in het vliegtuig naar Salou. Voor haar neus stond koude kipsalade, in de stoel naast haar hing een zwaar ademende klasgenoot en in het landschap beneden onderscheidde ze enkele autowegen. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Iris Koppe 15 juli 2006