chicken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse woord ciecen.
stellend vergrotend overtreffend
chicken more chicken most chicken

Bijvoeglijk naamwoord

chicken

  1. (spreektaal) laf, lafhartig
Afgeleide begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs to chicken
he/she/it chickens
verleden tijd chickened
voltooid
deelwoord
chickened
onvoltooid
deelwoord
chickening
gebiedende wijs chicken

Werkwoord

chicken

  1. (onovergankelijk), (spreektaal) uit angst de moeilijkheden uit de weg gaan
  2. (onovergankelijk) fysieke of andere kenmerken ontwikkelen die op een kip lijken, bijvoorbeeld bulten op de huid
Uitdrukkingen en gezegden
  • chicken out
(onovergankelijk), (spreektaal) achteruitkrabbelen, er tussen uit knijpen, terugkrabbelen
Naar frequentie 3072 (zelfstandig naamwoord)


enkelvoud meervoud
chicken chickens

Zelfstandig naamwoord

chicken

  1. (vogels) kip
  2. (voeding) kippenvlees
  3. (spreektaal) angsthaas, bangerd, bangerik, lafaard, lafbek
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen