doos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een doos.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doos
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Middelnederlands "dose", vanaf midden 14e eeuw bekend. Waarschijnlijk van Latijn dosis, naar het spanen doosje waarin een medicijn verstrekt werd.
enkelvoud meervoud
naamwoord doos dozen
verkleinwoord doosje doosjes

Zelfstandig naamwoord

doos v/m

  1. een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
    Wij deden de boeken in een kleine verhuisdoos.
  2. (informeel), (dysfemisme) een vagina
  3. (informeel), (pejoratief) (scheldwoord) een vrouw
  4. (elektrotechniek) kunststof bakje waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht
  5. (informeel) toilet
    ik ben op zoek naar de doos, kunt u me even helpen?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • uit de oude doos
ouderwets, nostalgisch
  • een sigaar uit eigen doos geven
iemand iets geven dat eigenlijk al van die persoon is
  • doos van Pandora
een bron van veel ellende zijn
Vertalingen

Meer informatie