Naar inhoud springen

dozen

Uit WikiWoordenboek
  • do·zen

dedozenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord doos
     Ik had zin om daar zwijgend tegen de muur van dozen te gaan staan schreeuwen.[1]
     Wat zou er in die dozen zitten? Toen Arnold de eerder door hem zo felbegeerde hinkelhoepel ontdekte die we vanaf de zolder in de struik achter in onze tuin hadden zien hangen, sprong hij een gat in de lucht.[2]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
enkelvoud meervoud
dozen dozens

dozen

  1. dozijn
 Can I have a dozen eggs?
Mag ik een dozijn eieren?