ad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: ad--ad, ad., a.d., a.D., Ad, AD, A.D.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.

Voorzetsel

ad

  1. bij, tot, met, tegen.
Gelijkklinkende woorden
Uitdrukkingen en gezegden
  • ad fundum (tot op de bodem)
  • ad hoc (beperkt tot deze zaak)
  • ad hominem (op de persoon betrekking hebbend)
  • ad interim (voorlopig)
  • ad rem (terzake, gepast)
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
ad ads

Zelfstandig naamwoord

ad

  1. (tweeletterwoord) advertentie
Verwante begrippen
Tweeletterwoorden in het Engels

aaabadaeagahaialamanarasatawaxaybabebibobydadedidoedefehelemeneresetexfafigigohahehihmhoidifinisitjokakilalilomamemimmmomumynanenonuodoeofohoiomonoporosowoxoypapepiqireshsisotatitouhumunupusutwewoxixuyayeyoza

Anagrammen


Hongaars

Uitspraak

Werkwoord

ad

  1. geven


Italiaans

Uitspraak

Voorzetsel

ad

  1. bij
  2. in
  3. naar
Anagrammen


Latijn

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad

Voorzetsel

ăd + accusatief

  1. naar
    «Ad portam eo.»
    Ik ga naar de poort.
  2. tot
  3. bij


Oudhoogduits

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijn

Voorzetsel

ad

  1. bij
  2. te
  3. naar
Opmerkingen


Turks

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

ad

  1. naam
  2. faam, roem, reputatie.
  3. naam, noemenswaardigheid, belang.
    «Onun adı mı olurmuş?»
    Dat mag toch geen naam hebben? (Dat is niet noemenswaard, dat is niet van belang.)
  4. (grammatica) zelfstandig naamwoord, substantief, substantivum.
Synoniemen