toen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toen
Woordherkomst en -opbouw

Voegwoord

toen

  1. op het tijdstip dat
    • Hij ging naar huis toen het vijf uur was. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijwoord

toen

  1. op of na dat tijdstip
    • Hij is toen naar huis gegaan. 
  2. in een vervlogen tijd
    • Toen was dat nog heel gewoon. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen