opkomen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opkomen |
kwam op |
opgekomen |
| volledig | ||
Werkwoord
opkomen
- iemand verdedigen.
- Hij kwam op voor de gepeste jongen.
- omhoog komen.
- De maan lijkt van achter de zee op te komen.