verzetten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzetten
verzette
verzet
zwak -t volledig

Werkwoord

verzetten

  1. (wederkerend) zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
    Zij verzetten zich danig tegen de overvallers.
  2. (overgankelijk) van de ene op de andere plaats zetten
    Hij verzette zijn koning om schaak te voorkomen.
  3. (inergatief) werk ~ veel aan het arbeidsproces bijdragen
    Hij heeft altijd veel werk verzet.
  4. (scheepvaart) een zijdelingse beweging maken
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verzetten

verzetten

  1. meervoud verleden tijd van verzetten
    Wij verzetten.
    Jullie verzetten.
    Zij verzetten.