verzetten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verzetten |
verzette |
verzet |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verzetten
- (wederkerend) zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
- Zij verzetten zich danig tegen de overvallers.
- (overgankelijk) van de ene op de andere plaats zetten
- Hij verzette zijn koning om schaak te voorkomen.
- (inergatief) werk ~ veel aan het arbeidsproces bijdragen
- Hij heeft altijd veel werk verzet.
- (scheepvaart) een zijdelingse beweging maken
Verwante begrippen
Vertalingen
1. weerstand bieden aan iets
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verzetten |
verzetten
- meervoud verleden tijd van verzetten
- Wij verzetten.
- Jullie verzetten.
- Zij verzetten.
- Wij verzetten.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Voorvoegsel ver- in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands