onkruid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·kruid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kruid met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord onkruid onkruiden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onkruid o

  1. planten die voorkomen op plekken waar ze niet gewenst zijn
    Je moet het onkruid even weghalen.
Spreekwoorden

Onkruid vergaat niet.

  • De nuttelozen of onwaardigen blijven het langst leven.

Wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet.

  • Een aansporing om zich kritisch op te stellen ten opzichte van zichzelf en niet ten opzichte van anderen.
Vertalingen