achteruitgaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| achteruitgaan | achteruitgaand |
| achteruitgang | achteruitgegaan |
Woordafbreking
- ach·ter·uit·gaan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| achteruitgaan |
ging achteruit |
achteruitgegaan |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
achteruitgaan
- (ergatief) slechter worden, verminderen in kwaliteit of kwantiteit
- Ik vind dat ze de laatste tijd enorm achteruitgegaan is.
- (ergatief) naar achteren gaan, achteruitlopen
Synoniemen
- [1] verslechteren
Vertalingen
1. slechter worden