zaal

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaal
enkelvoud meervoud
naamwoord zaal zalen
verkleinwoord zaaltje zaaltjes

Zelfstandig naamwoord

zaal m/v

  1. een grote ruimte.
    De zaal werd geopend voor het publiek.
  2. het publiek in een grote ruimte.
    De band kreeg de zaal helemaal plat.
Persoonlijke instellingen