claimen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • clai·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
claimen
claimde
geclaimd
zwak -d volledig

Werkwoord

claimen

  1. (overgankelijk) iets opeisen, aanspraak maken op iets
    In 1979 claimde Sony de naam 'Walkman'.
    Na de verkiezingen claimden beide partijen de belangrijke ministerspost.
  2. (overgankelijk) beweren
    De fabrikant claimt een toename van het vermogen van bijna 10 procent.
    Het land claimt dat het uranium op grote schaal kan verrijken.
Vertalingen