recht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- recht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | recht | rechten |
| verkleinwoord | rechtje | rechtjes |
Zelfstandig naamwoord
recht o
- (juridisch) het geheel van rechtsregels en instituties van het recht
- Volgens het recht mag ik hier niet lopen, maar ik doe het toch.
- rechtvaardigheid, gerechtigheid
- zaak of omstandigheid die men mag opeisen en als zodanig het tegenovergestelde van een plicht
- bij elke transactie hebben beide partijen rechten en plichten
Vaste voorzetsels
- recht hebben op
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het geheel van rechtsregels en instituties van het recht
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | recht | rechter | rechtst |
| verbogen | rechte | rechtere | rechtste |
Bijvoeglijk naamwoord
recht
- niet krom
- Ik was op zoek naar een rechte stang, maar kon die niet vinden.
- niet scheef
- Het schilderij moest nog recht gehangen worden.
- (van een hoek) van 90°
- Door vervolgens een rechte hoek naar links te maken kwamen we weer precies op het startpunt uit.
- juist
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
te controleren vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rechten |
recht
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.