doek
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- doek
| 1,3,4 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | doek | doeken |
| verkleinwoord | doekje | doekjes |
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | doek | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
doek
- m een lap stof, bijvoorbeeld voor het poetsen of stof afnemen
- Pak even een doek om die rommel op te nemen.
- m of o materiaal waaruit [1], [3] en [4] vervaardigd worden
- Dit kan van doek vervaardigd worden/.
- o (schilderkunst) een stuk, meestal opgespannen materiaal waarop men een beeld schildert, ofwel het schilderij zelf
- Er zijn veel manieren om verf op het doek aan te brengen.
- o een stuk materiaal dat als gordijn gebruikt wordt om een toneel aan het zicht van het publiek to onttrekken
- Het doek viel en het applaus barstte los.
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
1.