optreden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: optreden (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈɔp.tre.də(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈɔp.tre.də(n)/
- (Limburg): /ˈɔp.tre.də(n)/
Woordafbreking
- op·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| optreden |
trad op |
opgetreden |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
optreden
- (ergatief), (inergatief) voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
- Hij trad een aantal malen op met die toneelvereniging.
- (ergatief), (inergatief) controlerende of bestraffende maatregelen uitvoeren
- Het wordt tijd dat de politie eens flink daartegen optreedt.
- (ergatief) in bepaalde gevallen gebeuren
- Deze fout treedt alleen op wanneer er geen enkel gegeven ingevoerd wordt.
Opmerkingen
- Het werkwoord wordt soms als ergatief dan weer als inergatief behandeld, in sommige betekenissen wat meer het een dan het ander.[1]
Vertalingen
1. voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | optreden | optredens |
| verkleinwoord | optredentje | optredentjes |
Zelfstandig naamwoord
optreden o
- een kunstzinnig verschijnen voor een publiek
- Na aantal optredens in het buitenland keerde hij naar Vlaanderen terug.
Vertalingen
1. een kunstzinnig verschijnen voor een publiek