gewas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·was
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gewas | gewassen |
| verkleinwoord | (gewasje) | (gewasjes) |
Zelfstandig naamwoord
gewas o
- dat wat aanwast op het veld, maar nog niet geoogst is
- Na voldoende regen en zonneschijn stonden de gewassen er goed bij.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. dat wat aanwast op het veld, maar nog niet geoogst is.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gewas | gewasse |
Zelfstandig naamwoord
gewas
- gewas
- «Die mees algemene gewasse is vlas en koring.»
- De belangrijkste gewassen zijn vlas en koren.
- «Die mees algemene gewasse is vlas en koring.»