toenemen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
toenemen toenemend
toename toegenomen
Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·ne·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toenemen
/'tu.ne.mə(n)/
nam, namen toe
/nɑm, na.mə(n) 'tu/
toegenomen
/'tu.ɣə.no.mə(n)/
klasse 4 volledig

Werkwoord

toenemen (scheidbaar)

  1. (ergatief) groter worden in getal of maat.
    De bevolking van de aarde is flink toegenomen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen