bezoeken

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zoe·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezoeken
bezocht
bezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

bezoeken

  1. bij iemand langsgaan of langskomen.
    De jongens wilden hun oma bezoeken.
  2. (archaïsch) iemand kwellen
    Hij werd bezocht door zware hoofdpijnen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen