bezoeken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bezoeken |
bezocht |
bezocht |
| zwak -cht | volledig | |
Werkwoord
bezoeken
- (overgankelijk) bij iemand langsgaan of langskomen
- De jongens wilden hun oma bezoeken.
- (overgankelijk), (verouderd) iemand kwellen
- Hij werd bezocht door zware hoofdpijnen.
Synoniemen
Vertalingen
1. bij iemand langsgaan of langskomen
2. iemand kwellen
Zelfstandig naamwoord
bezoeken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bezoek