verweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·we·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verweren
verweerde
verweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

verweren

  1. (wederkerend) zich ~: zich verdedigen
    Hij verweerde zich kranig.
  2. (ergatief) aan erosie blootstaan
    De bovenste laag verweert langzamer dan de laag eronder en dat verklaart de grillige vormen van deze rotspartij.