op

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     op  
  neutraal     erop  
  nabij     hierop  
  veraf     daarop  
  vragend     waarop  

Bijwoord

op
  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    de temperatuur liep op
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    die naam staat er al jaren op
  3. omhoog
  4. volledig verbruikt:
    Het eten is op.
  5. uitgeput, zonder energie
  6. uit bed

Afgeleide begrippen


Voorzetsel

  1. aan de bovenkant aanrakend, rustend op: op de tafel, op zee
  2. in de buurt van: dicht op elkaar
  3. gelijktijdig met: op dat moment
  4. op enig moment gedurende: op een dag
  5. dragend als schoeisel: op blote voeten, op voetbalschoenen
  6. met gebruik van: Deze auto rijdt op diesel
  7. per (als bepaling van verhouding): 15 op de 100, de auto rijdt 1 op 10
  8. met een specifieke waarde: de thermometer staat op 10 graden
  9. op de manier: op de rem rijden, zich op zijn gemak voelen

Vertalingen

aan de bovenkant aanrakend, rustend op




Vertalingen

omhoog

Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/op"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen