lever

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ver
enkelvoud meervoud
naamwoord lever levers
verkleinwoord levertje levertjes

Zelfstandig naamwoord

lever v/m

  1. (anatomie) een bruinkleurig orgaan dat gal produceert
Overerving en ontlening
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
leveren

lever

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leveren
    Ik lever.
  2. gebiedende wijs van leveren
    Lever!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leveren
    Lever je?


Deens

Uitspraak
  • IPA: /levər/, /lewˀɐ/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse lifr.

Zelfstandig naamwoord

lever g

  1. lever
Verbuiging



Engels

Uitspraak
  • VK
    • IPA: /ˈliː.və/, /ˈlɛ.və/
  • VS
    • IPA: /ˈli.vɚ/, /ˈlɛ.vɚ/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudfranse leveor.

Zelfstandig naamwoord

lever

  1. hefboom


Frans

Werkwoord

lever

  1. (overgankelijk) opheffen, oplichten
  2. (wederkerend) se lever: opstaan


Indonesisch

Woordafbreking
  • le·ver
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lever

  1. (anatomie) lever
Synoniemen

Werkwoord

lever

  1. leveren
Synoniemen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ver

Werkwoord

lever

  1. tegenwoordige tijd actief van leva

Zelfstandig naamwoord

lever g

  1. (anatomie) lever
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen