koppeling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kop·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van koppelen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | koppeling | koppelingen |
| verkleinwoord | (koppelingetje) | (koppelingetjes) |
Zelfstandig naamwoord
koppeling v
- (techniek) een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengt
- Die koppeling mag wel eens nagekeken worden.
- (techniek) een vaste maar beweeglijke verbinding tussen twee voorwerpen, bijvoorbeeld treinwagons
- (techniek) een verbindingsstuk
- (informatica) een verbinding tussen hardware en/of apparatuureenheden
- de daad van het koppelen (ook figuurlijk)
Synoniemen
- [2] koppelinrichting
Afgeleide begrippen
- [1], [2], [3] koppelingsconstructie
Vertalingen
1. een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengt
2. een vaste maar beweeglijke verbinding tussen twee voorwerpen, bijvoorbeeld treinwagons
4. verbinding tussen hardware en/of apparatuureenheden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.