rol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rol rollen
verkleinwoord rolletje rolletjes

Zelfstandig naamwoord

rol v/m

  1. cilindervormig voorwerp
  2. een rond een spil gewonden lange strook papier of stof
    Ik heb nòg een rol van die zandgele stof.
  3. een uitbeelding van een personage in een film of toneelstuk
    Hij speelde de rol van Hendrik VI.
  4. lijst, register
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rollen

rol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
    Ik rol.
  2. gebiedende wijs van rollen
    Rol!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
    Rol je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl