rol
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rol
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rol | rollen |
| verkleinwoord | rolletje | rolletjes |
Zelfstandig naamwoord
- een rond een spil gewonden lange strook papier of stof
- Ik heb nòg een rol van die zandgele stof.
- een uitbeelding van een personage in een film of toneelstuk
- Hij speelde de rol van Hendrik VI.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rollen |
rol
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
- Ik rol.
- gebiedende wijs van rollen
- Rol!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
- Rol je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.