wegkijken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·kij·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van kijken met het voorvoegsel weg-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wegkijken
keek weg
weggekeken
klasse 1 volledig

Werkwoord

wegkijken

  1. (inergatief) de blik afwenden, de blik van iemand anders vermijden
    Hij knikt en kijkt weg.
  2. (inergatief) negeren, doen of iets niet bestaat
    Het geweld in die regio werd zo hevig, dat de wereld niet meer kon wegkijken.
  3. (overgankelijk) onwelkom laten voelen, zo kijken dat iemand weggaat
    Het gezin met jonge kinderen werd nog net niet weggekeken uit de chique winkel.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen