opdagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·da·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opdagen
daagde op
opgedaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

opdagen

  1. (ergatief) op de verwachte tijd en plaats verschijnen
    Hij was ondanks het noodweer toch opgedaagd.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen