opdagen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·da·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opdagen |
daagde op |
opgedaagd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
opdagen
- (ergatief) op de verwachte tijd en plaats verschijnen
- Hij was ondanks het noodweer toch opgedaagd.