zestiger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·ti·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van zestig met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord zestiger zestigers
verkleinwoord zestigertje zestigertjes

Zelfstandig naamwoord

zestiger m

  1. iemand van zestig jaar of ouder
    • Het entreekaartje voor het museum is voor zestigers twintig procent goedkoper. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.