zestigjarige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zes·tig·ja·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

zestigjarige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zestigjarig
enkelvoud meervoud
naamwoord zestigjarige zestigjarigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zestigjarige

  1. iemand die zestig jaar oud is
    • De zestigjarige wandelt op zondagmiddag met zijn vrouw. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid