kielwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kiel·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kielwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kielwater o [2]

  1. de streep bruisend water achter een varend schip
    • Een imponerend schip laat altijd een brede streep kielwater achter zich. Als men de betekenis van maritiem historicus J. R. Bruijn moet afmeten aan het bruisen van zijn kielzog, dan kan hij slechts worden vergeleken met een oceaanstomer. In maart nam de enige hoogleraar zeegeschiedenis die Nederland rijk is, afscheid van de Universiteit Leiden. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen