ejaculaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eja·cu·laat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ejaculaat ejaculaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ejaculaat o

  1. (seksualiteit) wat bij ejaculeren wordt uitgeworpen: witte afscheiding uit prostaat of g-spot, na seksuele prikkeling
Verwante begrippen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie