samenpersen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·per·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenpersen
perste samen
samengeperst
zwak -t volledig

Werkwoord

samenpersen

  1. overgankelijk onder druk verdichten
    • Het vuilnis werd samengeperst tot één blok. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.