samenvatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·vat·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenvatten
vatte samen
samengevat
zwak -t volledig

Werkwoord

samenvatten

  1. inkorten zonder dat de belangrijkste punten verloren gaan
    • Hij wist ingewikkelde problemen altijd tot de essentie samen te vatten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.