samensmelten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·smel·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samensmelten
smolt samen
samengesmolten
klasse 3 volledig

Werkwoord

samensmelten

  1. ergatief door smelten tot een geheel worden
    Het zilver was met het goud samengesmolten tot elektrum.
  2. overgankelijk door smelten tot een geheel maken
    Zilver en goud kunnen in alle verhoudingen tot een legering samengesmolten worden.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.