samenkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenkomen
kwam samen
samengekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

samenkomen

  1. ergatief bij elkaar verzamelen
    • We moeten nog eens samenkomen om de zaak te bespreken. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.