samenballen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·bal·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

samenballen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenballen
balde samen
samengebald
zwak -d volledig
  1. samenbrengen of samenpersen tot het kleinst mogelijke
    • Op Twitter moet je alles wat je te zeggen hebt, samenballen in 140 tekens. Yo drijft dit principe door tot zijn uiterste consequentie: het is een communicatie-app die berichten stuurt van nul karakters. Al wat je kunt doen is een vriend een welgemeende ‘Yo!’ toesturen, en die kan op dezelfde manier antwoorden. [2] 
    • Newton (Carolina) en Manning (Denver) zijn de quarterbacks, de strategen bij wie kracht, souplesse en vooral tactisch inzicht samenballen. Ze kennen tientallen aanvalspatronen en moeten de bal onder immense druk van de tegenstanders - type Amerikaanse koelkast - over tientallen meters in een handschoen mikken. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 20/juni/2014 door dod
  3. Tubantia Mark Caldenhoven 11-januari-2017