samenzweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·zwe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samenzweren
/ˈsamə(n)ˌzʋɪːrə(n)/
zwoer samen
/ˌzʋuːr ˈsamə(n)/
samengezworen
/ˈsamə(n)ɣəˌzʋɔːrə(n)/
klasse 6 volledig

Werkwoord

samenzweren

  1. inergatief geheimelijk met anderen samenwerken ten nadele van een derde partij
    Bij wat bekend is geworden als de bouwfraudeschandalen, zwoeren bouwbedrijven samen om het rijk meer te laten betalen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie