samenhang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·hang

Werkwoord

vervoeging van
samenhangen

samenhang

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samenhangen
    • ... dat ik samenhang. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie