pijp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pijp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pijp pijpen
verkleinwoord pijpje pijpjes

Zelfstandig naamwoord

pijp v / m

  1. buis
  2. broekspijp
  3. tabakspijp
  4. orgelpijp
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
pijpen

pijp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pijpen
    Ik pijp.
  2. gebiedende wijs van pijpen
    Pijp!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pijpen
    Pijp je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl