pijptabak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pijp·ta·bak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pijptabak pijptabakken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pijptabak m

  1. (gesausde) grof of halfgrof gesneden kerftabak die voor het roken in de pijp geschikt is
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie