pijpzak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: zakpijp
Uitspraak
Woordafbreking
  • pijp·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pijpzak pijpzakken
verkleinwoord pijpzakje pijpzakjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

pijpzak m

  1. (muziekinstrument) zak om op te pijpen, doedelzak
    pijpzak bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)


Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie