tube

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·be
enkelvoud meervoud
naamwoord tube tuben
tubes
verkleinwoord tubetje tubetjes

Zelfstandig naamwoord

tube v/m

  1. een verpakking in kokervorm gemaakt van metaal of plastic gevuld met een halfvloeibare stof
    • De tube werd gebruikt voor tandpasta. 
  2. een fietsband waarin de binnenband in de buitenband genaaid zit

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

tube

  1. buis; een hol cilindrisch voorwerp.


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

tube m

  1. buis, hol cilindrisch voorwerp
  2. (spreektaal) hit
    «T'as d'jà téléchargé son dernier tube
    Heb je zijn laatste hit al gedownload? [1]
  3. (spreektaal) tip (bij paardenrennen) [1]
  4. (spreektaal) strot [1]
  5. (spreektaal) telefoon
    «Je lui ai donné un coup de tube
    Ik hem hem een belletje geven. [1]

Verwijzingen