aandachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·dach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aandachtig aandachtiger aandachtigst
verbogen aandachtige aandachtigere aandachtigste
partitief aandachtigs aandachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

aandachtig

  1. met belangstelling, met aandacht, met interesse


Bijwoord

aandachtig

  1. op een wijze de getuigt van aandacht en interesse
    • Mijn zoontje was aandachtig naar de tv aan het kijken. 
    • De arts luisterde aandachtig naar de patiënten. 
     De koningin, die bekendstaat als groot paardenliefhebber, genoot zichtbaar van het evenement, zeker toen er op het hoogtepunt van de show dieren uit haar eigen stoeterij voorbij werden geleid. Met een deken over haar benen en een sjaal om volgde ze de show aandachtig en knikte ze soms instemmend bij alle lof.[1]
     Iedereen stond er met aandachtige toewijding bij en ze hadden allemaal het gevoel dat er een kroon op het werk werd gezet, alsof het succes van de burgerlijke familie op dat moment eindelijk werd gemanifesteerd.[2]
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2022 Weblink bron “Queen Elizabeth geniet zichtbaar van paardenshow” (16 mei 2022), NOS
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be