aandachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·dach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aandachtig aandachtiger aandachtigst
verbogen aandachtige aandachtigere aandachtigste
partitief aandachtigs aandachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

aandachtig

  1. met belangstelling, met aandacht, met interesse
    • Mijn zoontje was aandachtig naar de tv aan het kijken. 
    • De arts luisterde aandachtig naar de patiënten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.