flapuit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flap·uit
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘iemand met het hart op de tong’ voor het eerst aangetroffen in 1793 [1]
  • samenstelling van  flap   en  uit   [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord flapuit flapuiten
flapuits
verkleinwoord flapuitje flapuitjes

Zelfstandig naamwoord

flapuit m [3]

  1. iemand die zonder nadenken zijn gedachten uitspreekt
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen