openbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen openbaar openbaarder openbaarst
verbogen openbare openbaardere openbaarste
partitief openbaars openbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

openbaar

  1. vrij toegankelijk
    • WikiWoordenboek is openbaar en zal dat ook altijd blijven. 
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Openbaar Ministerie
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
openbaren

openbaar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openbaren
    • Ik openbaar. 
  2. gebiedende wijs van openbaren
    • Openbaar! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openbaren
    • Openbaar je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie