openstaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·staan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

openstaan

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openstaan
stond open
opengestaan
klasse 6 volledig
  1. open zijn van bijvoorbeeld een kraan
  2. (figuurlijk) ~ voor: ergens naar willen luisteren of ergens over willen denken
    • Hij staat altijd open voor nieuwe ideeën. 
  3. vrij en onbezet zijn
    • Er zijn nog verschillende vacatures die openstaan. 
    • Er zijn nog verschillende rekeningen die nog openstaan en dus nog betaald moeten worden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.