openmaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openmaken
maakte open
opengemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

openmaken

  1. overgankelijk de sluiting van iets verbreken
    • Hij had de deur al opengemaakt. 
     Een bear canister is een doorzichtige, plastic emmer met een zwarte draaidop waardoor beren het voedsel erin niet kunnen ruiken of openmaken.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be