opendoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·doen
Woordherkomst en -opbouw
  • Ageleid van doen met het voorvoegsel open-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opendoen
deed open
opengedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

opendoen

  1. (overgankelijk) een afsluiting ongedaan maken
    Hij had de deur opengedaan.